HomeGlobe Magazine artikelVijf misvattingen over classificatie

Vijf misvattingen over classificatie

2 februari 2016 - Richard Groenendijk

Download artikel | Download uitgave (globe magazine, februari 2016)

Hoeveel douanerechten bedrijven betalen voor het importeren of exporteren van producten, hangt af van de goederencodes die aan de producten zijn toegekend. In de praktijk krijgt dit classificatieproces vaak niet de aandacht die het verdient, wat kan leiden tot grote risico's zoals hoge boetes of strenge sancties. In dit artikel gaan wij in op de vijf belangrijkste misvattingen over goederencodes.

Het toekennen van de juiste goederencodes of GN-codes aan goederen - oftewel classificatie - is één van de belangrijkste handelingen in het internationale handelsverkeer. De goederencode is niet alleen bepalend voor de hoogte van de douanerechten, de btw op ingevoerde goederen en accijnzen, maar wordt ook gebruikt om aan te geven voor welke goederen restricties, vergunningen, documentatie- of informatieverplichtingen gelden. En niet onbelangrijk: classificatie speelt een belangrijke rol in de goedkeuring van vereenvoudigde douaneprocedures voor bijvoorbeeld AEO-certificering.

Hoewel de belangen van het toekennen van juiste goederencodes groot zijn, krijgt het classificatieproces in de dagelijkse praktijk niet altijd de aandacht die noodzakelijk is. Wij hebben voor u de vijf belangrijkste misvattingen over goederencodes op een rij gezet.

 

1. Goederencodes zijn niet belangrijk. Wij doen alleen aan export.

Tsja, zo simpel is het helaas niet. Bedrijven die foutieve goederencodes toekennen aan hun producten, kunnen daarvan ernstige gevolgen ondervinden. De goederencode bepaalt bijvoorbeeld welke exportverboden, beperkingen en andere buitenlandse handelsmaatregelen zoals licenties van toepassing zijn. Een incorrecte classificatie kan betekenen dat bedrijven te veel of te weinig belastingen en douanerechten bepalen of de betreffende goederen zelfs geheel niet mogen exporteren. Bedrijven zijn dan in overtreding, wat kan leiden tot hoge boetes of strengere controles.

Het is zelfs zo dat bedrijven verplicht zijn de goederencodes van aanleverende bedrijven te controleren. Als dat niet gebeurt, kan de douane dat opvatten als nalatig of zelfs strafbaar gedrag. Wie goederencodes moet doorgeven aan handelspartners, moet zelf ook niet vergeten dat het verstrekken van verkeerde informatie grote gevolgen voor hén kan hebben.

 

2. We hebben al goederencodes toegekend. Dat is genoeg.

Helaas, de goederencodes veranderen constant. Soms worden goederen samengevoegd onder een nieuwe goederencode, een andere keer juist weer opgesplitst. Het gebeurt bovendien regelmatig dat een complete onderverdeling verdwijnt. In alle gevallen moeten goederen opnieuw worden geclassificeerd en soms moeten de vereenvoudigde douaneprocedures worden aangepast.

In het algemeen gaan wijzigingen in goederencodes op 1 januari van een jaar in en worden ze twee maanden daarvoor op 31 oktober aangekondigd. Dat betekent dat bedrijven twee maanden de tijd hebben om hun stamgegevens bij te werken en te voorkomen dat producten foutief geclassificeerd worden.

 

3. Iemand anders is verantwoordelijk voor classificatie, niet ik.

Dat is inderdaad vaak zo georganiseerd, maar de vraag is of dat slim is. Met name binnen kleinere organisaties is classificatie van nieuwe producten typisch iets dat op één locatie door één persoon wordt gedaan, met alle risico's van dien. Beter is het om de kennis en ervaring te spreiden over een groter team.

Men zou alles in het werk moeten stellen om voor transparantie en verantwoording in het proces te zorgen - of dit nu beheerd wordt door een team of een individu. Helaas is dit maar zelden het geval, ook al zijn ondernemingen die de AEO-status aanvragen verplicht om hun classificatieproces te documenteren.

Grotere organisaties hebben hun eigen uitdagingen met het opzetten van efficiënte en effectieve classificatieprocessen. Er moet draagvlak bestaan voor een centraal classificatieproces, de juiste goederencodes moeten in elk land beschikbaar zijn, de processen moeten worden ondersteund door ERP- of douanesystemen en tot slot moeten ook aanvullende regionale of nationale bepalingen worden vastgelegd.

 

4. Er is geen goederencode die overeenstemt met onze producten.

Onzin, voor elk product bestaat wel een goederencode. Er zijn bijvoorbeeld aparte goederencodes voor gebruikte schoenen, voor orthopedische schoenen en voor schoenen met asbest. Als vuistregel geldt dat wanneer twee onderverdelingen van toepassing zijn op een product, de meest nauwkeurige gekozen moet worden. Als geen van de beschrijvingen aansluiten bij het product, kies dan de indeling die het beste erop aansluit.

Niettemin blijft classificatie een complex proces. Bij textiel is bijvoorbeeld de goederencode afhankelijk van de vraag of het kledingstuk of beddengoed onderdeel uitmaakt van een set of niet. Zelfs de maat kan van invloed zijn. De classificatie van alcohol hangt onder meer af van het type verpakking. Bedrijven die rechtszekerheid zoeken, kunnen bij de douane een bindende tariefsinlichting aanvragen. Maar let op: vanaf 1 mei 2016 is deze BTI bindend voor douane en bedrijfsleven, ook als die zijn afgegeven voor 1 mei 2016!

 

5. Zelfs als de goederencode in het ERP-systeem zit, moet elk land zelf de classificatie verzorgen.

Dat is gelukkig niet zo. Internationaal opererende bedrijven kunnen de classificatie van producten centraliseren, zolang ze maar rekening houden met nationale of regionale bepalingen. Dit vereenvoudigt de classificatie aanzienlijk - niet alleen van nieuwe producten, maar ook van bestaande producten, die bij de start van een nieuw jaar opnieuw geclassificeerd moeten worden.

 

over de auteur

Richard Groenendijk is general manager van AEB Nederland, leverancier van supply chain management-oplossingen.
www.aeb.com

Terug naar het overzicht
  • NL Exporteert: Download de app nu

    app screenshot 
     
    Download on the App Store Badge US-UK 135x40
     
    en app rgb wo 45